Audioverhalen

Laat het verleden spreken: 6 verhalen over het tuinbouwverleden

Uit Goeie Grond laat je het tuinbouwverleden van Destelbergen, Lochristi, Melle, Merelbeke, Oosterzele en Sint-Lievens-Houtem ontdekken. Dankzij de wandelingen en fietslussen van de toeristische kaart ‘Bloeiend Oost-Vlaanderen’ maak je ook kennis met 6 audiopunten (hier lees je daar meer over).

Beluister de verhalen van de audiozuilen nu ook rustig vanuit je zetel. Oud-tuinbouwers getuigen over de tijd van toen.


Kleurrijk Destelbergen

Hortensia’s en azalea’s kleuren lange tijd het landschap van Destelbergen. Begin 19e eeuw zijn hofbouwers vooral verzamelaars. Oranjerieën vullen met een bonte verzameling exotische planten verleent status. De liefhebbers stellen hun planten tentoon, voor de eerste keer in 1809 in café Frascati aan de Gentse Coupure, de kiem voor de latere Gentse Floraliën. De Gentse Tuinbouwschool van Louis Van Houtte in Gentbrugge levert vanaf 1849 een nieuwe generatie bloemisten. De liefhebbers ontpoppen zich tot tuinbouwers en zwermen uit. Door toenemende verstedelijking en stijgende grondprijzen vestigen bloemisten zich in de rand van Gent, zoals in Destelbergen.

Bloemisten betekent veel manuele arbeid. De planten vermeerderen, uitplanten in de volle grond, ’s winters warm houden in de serre, ’s zomers water geven zijn tijdrovende taken. De bloemist kweekt zijn product met liefde op tot een echt luxeproduct. De planten blijven soms jaren op de bloemisterij tot de verkoop. Schaalvergroting en automatisering leiden vanaf de jaren 1980 tot massaproductie. De bloemist evolueert van een ambachtsman naar een bedrijfsvoerder.

Beluister hier het verhaal:


Bloemengemeente Lochristi

De familie Vuylsteke zet Lochristi op de kaart als bloemengemeente. In 1867 start Charles Vuylsteke met een tuinbouwbedrijf op de gronden van kasteel Rozelaar. Vernieuwing en variatie staan garant voor een bloeiend bedrijf. Vuylsteke presenteert een rijk plantenaanbod en innoveert door verschillende soorten met elkaar te kruisen tot nieuwe variëteiten.

De sierteelt groeit uit tot een belangrijke bedrijfstak. Vuylsteke inspireert anderen om zelf een bloemisterij te starten. Voor de Eerste Wereldoorlog telt Lochristi al meer dan 150 sierteeltbedrijven. Bloemisterijbedrijven met serres, velden en watertorens domineren het landschap van de gemeente waar vooral azalea’s en begonia’s geteeld worden.

Een netwerk van nevenbedrijven ontpopt zich rond de sierteler na WO II. Schrijnwerkers en ververs bouwen de serres in hout en glas. Handelaars in bosgrond verkopen sparrengrond om de azaleaperken te vullen, voor de opkomst van de turfgrond. Het griffelen van duizenden azalea’s is een stiel op zichzelf, die bloemisten vaak uitbesteden aan specialisten. De bloementeelt zorgt zo voor een florerend lokale economie.

Beluister hier het verhaal:


Het helende van groen in Melle

In 1908 opent het Psychiatrisch Centrum Caritas, de allereerste instelling in België gebouwd volgens het paviljoenensysteem. Het concept besteedt veel aandacht aan de open ruimte. Licht, lucht en groen brengen de patiënten rust en genezing. De tuinen en het park nemen een prominente plaats in. Een boerderij met vee, weides, akkers en een grote moestuin zorgen voor de voedselvoorziening.

Patiënten werken actief mee op de velden en in de moestuin, samen met de zusters en landarbeiders. De arbeid geeft een zinvolle dagbesteding en werkt genezend.

Actief zijn in de buitenlucht, tussen bloemen en planten in een rustige omgeving, werkt nog steeds therapeutisch. Tuinprojecten met patiënten benadrukken de heilzame werking van groen. De samentuin aan de rand van de campus en de kinderboerderij zijn mooie voorbeelden.

In de samentuin groeien eetbare en medicinale planten en kruiden die patiënten aanplanten en onderhouden. Niet enkel het therapeutische, maar ook de sociale en duurzame aspecten zijn van belang in het herstelproces.

Beluister hier het verhaal:


Flora, de glazen wijk van Merelbeke

Flora is de ‘glazen wijk’ van Merelbeke. Serres, nodig voor de teelt van warme kasplanten, domineren het uitzicht van de buurt.

Merelbeke is een echte bloemengemeente vanaf het begin van de 20ste eeuw tot de jaren 1980. De Tweede Wereldoorlog hertekent de wijk. In 1944 davert het boven de stationswijk. Geallieerden bombarderen Merelbeke station, een belangrijk spoorwegknooppunt. Veel bommen raken de woonwijken en bloemisten in de buurt. Er vallen meer dan 400 doden, veel bloemisterijen zijn verwoest. De glazen wijk valt aan diggelen.

Merelbeke Flora krabbelt recht van de zware schade en geniet mee van de gouden zestiger jaren. In 1965 wordt TUCO opgericht, een eerste exportcoöperatieve. Veel bloemisten sluiten aan bij TUCO, die de verkoop van het plantgoed centraliseert en de contacten met buitenlandse afnemers verzorgt. Bloemisten leveren er hun plantgoed en kunnen zich volledig focussen op de productie. TUCO levert mooie exportcijfers, veel kleine bloemisten vinden op die manier een afzetmarkt voor hun sierteeltproducten.

Beluister hier het verhaal:


Oosterzele, tussen de bomen

Uitgestrekte bomenvelden kenmerken het landschap van Oosterzele. De boomteelt kent zijn oorsprong in Wetteren. Adolf Papeleu start er zijn boomkwekerij in 1847. Een tiental jaren eerder richt hij als plantenliefhebber en tuinbouwkundige met Louis Van Houtte het hofbouwgesticht in Gentbrugge op. Na vijf jaar stopt de samenwerking. Van Houtte focust zich verder op de bloemen- en sierteelt, Papeleu neemt de boomteelt voor zijn rekening.

Op de Boskante Hei in Wetteren creëert Papeleu het grootste boomteeltbedrijf van België met een groot gamma aan sierbomen, fruitbomen en struiken. De nieuwe bedrijfstak brengt werk in een verpauperde regio tijdens de landbouwcrisis van midden de 19e eeuw.

Werknemers leren de stiel bij Papeleu en zijn opvolgers. Velen richten later een eigen bedrijf op. De boomkwekerijen zwermen uit in de regio rond Wetteren. In Oosterzele duiken begin 1900 boomteeltbedrijven op. De eerste telers volgen stage in Wetteren en breiden hun boerderijen uit met de teelt van bomen en struiken. Generaties volgen elkaar op. Aanvankelijk kweken de boomkwekers een variatie van sierbomen, fruitbomen, sparren, rozen en ook tabak- en groenteplanten. Later treedt de specialisatie in.

Beluister hier het verhaal:


Het witte goud van Houtem

Het witte goud, zo staat witloof bekend in Sint-Lievens-Houtem. De gemeente is de bakermat van de witloofteelt in Oost-Vlaanderen. Jan De Pauw, beter bekend als ‘Jantje Witloof’ introduceert de teelt rond 1909. Hij werkt in Evere als seizoenarbeider waar hij witloofwortels rooit. Uit het Brusselse brengt hij enkele bevroren witloofwortels mee naar zijn thuis in de wijk Morelgem. Tot ieders verbazing groeien er enkele witte kroppen. Jantje Witloof start de teelt van deze totaal onbekende groente in Houtem. Uiteindelijk met succes, want iedereen wil deze primeur wel eens proeven.

Veel landbouwers in de buurt volgen zijn voorbeeld. De wijk Morelgem ontpopt zich tot het centrum van de witloofteelt. Het witte goud brengt welstand in de regio.

Maar witloof is ook ‘werkloof’. Intafelen van de wortels, uitpakken van het witloof gebeurt ’s winters in open lucht. Het witloof vraagt warmte om te groeien. De juiste temperatuur behouden is arbeidsintensief. Na de gloriejaren in 1970-1980 stijgt de buitenlandse concurrentie. De hydroteelt doet zijn intrede.

Beluister hier het verhaal: